1
Er komen stromen van zegen. Dat heeft Gods Woord ons beloofd; Stromen, verkwikkend als regen, Vloeien tot elk die gelooft. Stromen, stromen van zegen, Komen als plasregens neer. Nu vallen drupp’len reeds neder, Zend ons die stromen, o Heer'.
2
Er komen stromen van zegen, Heerlijk, verkwikkend zal ’t zijn: Op de valleien en bergen Zal er nieuw leven dan zijn. Stromen, stromen van zegen, Komen als plasregens neer. Nu vallen drupp’len reeds neder, Zend ons die stromen, o Heer'.
3
Er komen stromen van zegen, Zend ons de heilstroom nu neêr! Geef ons die grote verkwikking; Geef z’ ons voortdurend, o Heer'. Stromen, stromen van zegen, Komen als plasregens neer. Nu vallen drupp’len reeds neder, Zend ons die stromen, o Heer'.