1
Mijn ziel maakt groot de Heer' mijn geest verheugt zich zeer in God, trouw en rechtvaardig, Die mij troost en behoudt, Omdat Hij heeft aanschouwd Zijn dienstmaagd gans onwaardig.
2
Want zie, nu voortaan zl de wereld overal Mijn eeuwig zal noemen, omdat God, groot van macht, heeft over mij gebracht een werk zeer groot te noemen.
3
Door Zijnen arm zeer sterk heeft Hij gedaan een werk dat groot'lijk is te achten, want Hij heeft ooit en ooit d'hoovaardigen verstrooid in hun gemoedsgedachten.
4
Der machtigen geweld heeft Hij terneergeveld en uit de stoel verdreven. Daartegen heeft Zijn hand der kleinen snode stand in eer hoog opgeheven.
5
Die leden hongersnood heeft Hij verzaad met brood zeer rijk, vervuld en vredig, Maar die in overvloed bezaten geld en goed, verzonden naakt en ledig.
6
Hij heeft Zijn Israel beschermd en schenkt het wel Zijn eeuwige genade, zo Hij 't had toegezegd aan Abraham Zijn knecht en aan die van zijn zade.