Gezangboek.nl Ps 126 Wanneer de Heer', uit 's vijands macht

Verzen:
J. Worp, D. Sanderman
J. Worp, D. Sanderman

1 Wanneer de Heer', uit 's vijands macht,
't Gevangen Sion wederbracht,
En dat verlost' uit nood en pijn,
Scheen 't ons een blijde droom te zijn.
Wij lachten, juichten; onze tongen
Verhieven 's Heeren Naam en zongen.
Toen hieven zelfs de heidnen aan:
"De Heer' heeft hun wat groots gedaan."

2 God heeft bij ons wat groots verricht;
Hij zelf heeft onzen druk verlicht;
Hij heeft door wondren ons bevrijd;
Dies juichen wij, en zijn verblijd.
Breng, Heer', al Uw gevangnen weder;
Zie verder op Uw erfvolk neder;
Verkwik het, als de watervloed,
Die 't zuiderland herleven doet.

3 Die hier bedrukt met tranen zaait,
Zal juichen, als hij vruchten maait;
Die 't zaad draagt, dat men zaaien zal,
Gaat wenend voort, en zaait het al;
Maar hij zal, zonder ramp te schromen,
Eerlang met blijdschap wederkomen,
En met gejuich, te goeder uur
Zijn schoven dragen in de schuur.

Bron: Psalm 126 H. Ghijsen

JW Player goes here


Deze site is nog in ontwikkeling, commentaar en suggesties zijn zeer welkom!
Stuur gerust een e-mail om andere gezangen aan te vragen.

Over Gezangboek.nl

Contact